Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
- Bij brief van 17 januari 2023 zijn verzoeker en de inspecteur van de Belastingdienst geïnformeerd dat voor de mondelinge behandeling 23 maart 2023 als zittingsdatum is vastgesteld. In de brief staat dat dit alvast wordt medegedeeld, zodat partijen er in hun planning rekening mee kunnen houden en dat bij verhindering op 23 maart 2023 om een andere dag kan worden verzocht en dat zo’n verzoek binnen een week na verzending van de brief bij de rechtbank binnen moet zijn.
- Bij e-mail van 18 januari 2023 heeft verzoeker bericht dat hij vanaf de tweede week van februari 2023 wegens werkzaamheden in het buitenland alleen op maandagen in Nederland is en heeft hij verzocht bij het plannen van een nieuwe datum hiermee rekening te houden. Tevens staat in de e-mail dat verzoeker 23 maart 2022 niet in de buurt van Nederland is en daarmee verhinderd is. Op deze e-mail is niet gereageerd.
- Vervolgens zijn partijen in de hoofdzaak bij brief van 6 februari 2023 geïnformeerd dat de zitting zal plaatsvinden op 23 maart 2023 om 10.10 uur.
- Bij brief van 11 februari 2023 heeft verzoeker laten weten dat hij het jammer vindt dat er door de rechtbank geen begrip is voor de omstandigheid dat verzoeker alleen op maandagen in Nederland is en dat hij een hele week verlof moet nemen om op een donderdag bij een zitting te zijn.
- Bij brief van 21 februari 2023 is aan verzoeker bericht dat hem – om verder uitstel te voorkomen – wordt aangeboden om de behandeling van het beroep te laten plaatsvinden via een videoverbinding, op 23 maart 2023 om 10.10 uur en dat verzoeker binnen twee weken moet laten weten als hij hier gebruik van wil maken.
- Bij brief van 13 maart 2023 is aan verzoeker bericht dat op het voorstel om de zitting via een videoverbinding te laten plaatsvinden geen reactie is ontvangen en dat de zitting conform de eerdere uitnodiging zal plaatsvinden op 23 maart 2023 om 10.10 uur in Den Haag aan de Prins Clauslaan 60.
3.De beoordeling
4.De beslissing
- verzoeker;
- de wederpartij in de hoofdzaak;
- de rechter.