ECLI:NL:RBDHA:2023:17326
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid en bewijs van bedreiging in Algerije
Eiser, een Algerijnse staatsburger, diende op 14 juni 2023 een asielaanvraag in wegens vermeend gevaar bij terugkeer naar Algerije, veroorzaakt door conflicten met de familie van zijn echtgenote. De staatssecretaris wees de aanvraag op 25 augustus 2023 af, omdat de problemen met de schoonfamilie onvoldoende geloofwaardig waren en het asielrelaas niet overtuigend was onderbouwd.
De rechtbank behandelde het beroep op 10 oktober 2023, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig achtte, maar dat de verklaringen over de problemen met de schoonfamilie tegenstrijdig en summier waren. Eiser slaagde er niet in om zijn gewijzigde persoonsgegevens aannemelijk te maken en leverde geen authentieke documenten.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiser over miscommunicatie en onvoldoende doorvragen door de staatssecretaris. De tegenstrijdigheden in verklaringen over geboorteplaats, huwelijken en vertrekdata uit Algerije werden als zwaarwegend beschouwd. De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht was en verklaarde het beroep ongegrond, zonder aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid en bewijs.