ECLI:NL:RBDHA:2023:17288
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken gronden bij aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als zelfstandige. Dit bezwaar is door verweerder niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Uit de beoordeling blijkt dat het beroepschrift geen gronden bevat waarop eiser het niet eens is met het bestreden besluit, zoals vereist op grond van artikel 6:5, eerste lid, Awb.
De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief verzocht alsnog binnen vier weken gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het niet inhoudelijk behandeld.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel en griffier E.C. Jacobs op 7 november 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.