Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- verzoeker;
- de wederpartij in de hoofdzaak;
- de rechter.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M. Nijenhuis, rechter in een kort geding, omdat de zitting van 17 maart 2023 was uitgesteld en de rechter eerder zaken van verzoeker had behandeld. Verzoeker stelde dat hierdoor sprake was van vooringenomenheid en partijdigheid.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij concrete aanwijzingen voor onpartijdigheid of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Het uitstellen van de zitting is een rechterlijke beslissing waartegen wraking niet kan worden ingesteld, tenzij deze beslissing blijk geeft van vooringenomenheid, wat hier niet het geval was.
Ook het feit dat de rechter eerder zaken van verzoeker heeft behandeld, vormt geen grond voor wraking. Het wrakingsverzoek werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.