Uitspraak
1.NL21.15410.
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- homoseksuele geaardheid;
- problemen als gevolg van seksuele geaardheid.
Rechtbank Den Haag
De eiser, een Nigeriaanse man die een asielaanvraag indiende wegens vervolging op grond van zijn homoseksuele geaardheid, kreeg aanvankelijk afwijzing van de staatssecretaris. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank en een gegrond verklaard hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, werd de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk opnieuw beoordeeld en geconcludeerd dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat het asielrelaas onvoldoende geloofwaardig is. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende heeft doorgevraagd tijdens het nader gehoor en het referentiekader van de eiser heeft betrokken in de beoordeling. De verklaringen van de eiser over zijn gevoelens, de aard en duur van zijn relatie, en de omstandigheden in Nigeria waren summier en onvoldoende onderbouwd.
Ook de door eiser ingediende bewijsstukken, zoals foto's van COC-bijeenkomsten en verklaringen van derden, konden het gebrek aan overtuiging niet compenseren. De rechtbank vond de verklaringen over de betrappingen op intieme momenten in Nigeria ongeloofwaardig, mede vanwege onvoldoende toelichting op de risico's en omstandigheden.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris de aanvraag terecht heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. De eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag.