ECLI:NL:RBDHA:2023:17160

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 november 2023
Publicatiedatum
10 november 2023
Zaaknummer
NL 22.23196
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak

Verzoekster, van Kazachse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid, welke op 9 november 2022 werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tegen dit besluit maakte verzoekster bezwaar en vroeg zij bij de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist.

De Staatssecretaris verzette zich niet tegen het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen beletselen waren om het verzoek toe te wijzen, gelet op de spoedeisendheid en de belangen van verzoekster. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van € 837,-.

De voorzieningenrechter bepaalde dat de Staatssecretaris zich moet onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting van verzoekster buiten Nederland en van voorbereidingen daartoe, totdat op het bezwaar is beslist. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt verboden totdat op bezwaar is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.23196

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoekster

geboren op [geboortedatum],
van Kazachse nationaliteit,
V-nummer: [vnummer]
(gemachtigde: mr. A. Orhan),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Inleiding

In het besluit van 9 november 2022 (primaire besluit) heeft verweerder verzoeksters aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf als familie– of gezinslid’ afgewezen.
Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Bij verzoekschrift van 14 november 2022 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het bezwaar is beslist.
Bij brief van 13 oktober 2023 heeft verweerder de rechtbank bericht zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorziening.

Overwegingen

Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om deze toe te wijzen, zal worden beslist als hierna aangegeven.
Er bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten van deze procedure. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit Proceskosten bestuursrecht voor de door de derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 837,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek toe;
  • gebiedt verweerder om zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland van verzoekster en van voorbereidingen tot zodanige maatregelen, totdat op het bezwaar is beslist;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 837-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van B.A. van der Wiel griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.