ECLI:NL:RBDHA:2023:17048
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden bij verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het verzoekschrift geen gronden bevatte, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 Awb Pro. Verzoeker werd per aangetekende brief verzocht binnen twee weken alsnog gronden in te dienen, maar hierop volgde geen reactie. Hierdoor werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat het verzoek niet inhoudelijk is behandeld.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B.F.Th. de Roos en griffier E.C. Jacobs op 1 november 2023 en is definitief, aangezien tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.