ECLI:NL:RBDHA:2023:17042
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht bij aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:41, eerste lid, Awb griffierecht moet worden betaald door degene die beroep instelt. Eiser is per aangetekende brief herinnerd aan de betaling van het griffierecht van €184 binnen een termijn van vier weken. De griffier stelde deze termijn vast en wees erop dat bij niet-tijdige betaling het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De rechtbank constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen en dat hiervan geen gegronde reden is aangevoerd die het verzuim van eiser zou rechtvaardigen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenverdeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.