Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
duizendzeshonderdvierenzeventig euro).
Rechtbank Den Haag
Eiseres, moeder van referente, heeft een aanvraag gedaan voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis asiel. De aanvraag werd afgewezen omdat referente niet kwalificeert als een alleenstaande minderjarige volgens de Gezinsherenigingsrichtlijn, aangezien haar vader al in Nederland verbleef toen zij aankwam.
Eiseres betoogde dat referente wel als alleenstaande minderjarige moet worden aangemerkt omdat zij de gezinsband met haar vader heeft verbroken en een zelfstandige verblijfsvergunning asiel heeft. De rechtbank oordeelde dat de feitelijke situatie van het verblijf bij de vader en het tijdstip van aankomst doorslaggevend zijn en dat het ontbreken van gezinscontact na aankomst niet tot een andere kwalificatie leidt.
Daarnaast stelde eiseres dat ten onrechte geen toetsing aan artikel 8 EVRM Pro heeft plaatsgevonden. De rechtbank volgde de staatssecretaris dat de doortoetsingsbevoegdheid niet van toepassing is omdat geen uitzettingssituatie aan de orde is. Wel constateerde de rechtbank een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, maar paste artikel 6:22 Awb Pro toe om dit te passeren omdat eiseres niet in haar belangen is geschaad.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.