ECLI:NL:RBDHA:2023:16987
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring en afwijzing schadevergoeding in vreemdelingenzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogt dat de staatssecretaris had kunnen volstaan met een lichter middel zoals een meldplicht, en dat het onttrekkingsrisico onvoldoende is gemotiveerd.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat geen minder dwingende maatregel dan de inbewaringstelling doeltreffend was. Het onttrekkingsrisico is voldoende gemotiveerd en de enkele verklaring van eiser om mee te werken aan overdracht naar Duitsland vermindert dit risico niet. Eiser heeft geen omstandigheden aangevoerd die een lichter middel rechtvaardigen.
De ambtshalve toetsing door de rechtbank bevestigt dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor de maatregel van bewaring is voldaan. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
De uitspraak is gedaan door rechter Derksen en griffier El-Amrani en is openbaar bekendgemaakt op 27 oktober 2023. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.