Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[de B.V.] te [plaats 1] ,
[eisende partij sub 2]te [plaats 1] ,
[eisende partij sub 3]te [plaats 1] ,
Rechtbank Den Haag
In deze kortgedingprocedure vorderen eisers, bestaande uit meerdere B.V.'s betrokken bij een vastgoedproject, dat gedaagde wordt veroordeeld tot rectificatie van negatieve uitlatingen die in strijd zijn met een eerder gesloten vaststellingsovereenkomst. Deze overeenkomst bevatte onder meer een geheimhoudingsplicht en een verbod op negatieve communicatie.
Gedaagde had in zienswijzen bij de gemeente en in een brief aan een samenwerkingspartner beschuldigingen geuit over onrechtmatig verkregen voordelen en bedreiging bij de totstandkoming van de overeenkomsten. De voorzieningenrechter oordeelt dat deze uitlatingen onrechtmatig zijn en in strijd met de vaststellingsovereenkomst, waaraan gedaagde nog steeds gebonden is.
Hoewel gedaagde zich ter zitting in een gerechtelijke procedure vrij mag uitlaten, is het openbaar maken van deze uitlatingen via de pers niet aan te rekenen. De rechter legt gedaagde op binnen 48 uur schriftelijk rectificatie te doen aan de gemeente en de samenwerkingspartner, en verbiedt verdere negatieve uitlatingen over de vaststellingsovereenkomst en de betrokken partijen, onder dreiging van dwangsommen.
De vordering tot rectificatie van de uitlatingen tijdens de zitting wordt afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot rectificatie van onrechtmatige uitlatingen en verboden verdere negatieve communicatie onder dwangsommen.