Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres], eiseres
de minister van Buitenlandse Zaken, de minister
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, vroeg een visum voor kort verblijf aan om haar dochter in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af wegens onvoldoende aantoonbare sociale en economische bindingen met Eritrea, waardoor niet verzekerd is dat eiseres tijdig terugkeert.
Na bezwaar en een nieuw besluit bleef de minister bij zijn standpunt. Eiseres stelde dat zij wel sterke sociale en economische bindingen heeft, waaronder zorgtaken voor haar oom, huurinkomsten en eigendom van grond, en beroept zich op artikel 8 EVRM Pro over familieleven.
De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met de omstandigheden, maar dat eiseres onvoldoende bewijs leverde om haar terugkeer te garanderen. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalt omdat een visum kort verblijf niet bedoeld is voor langdurig verblijf en de omstandigheden niet uitzonderlijk zijn.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, eiseres krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag kort verblijf wordt ongegrond verklaard.