ECLI:NL:RBDHA:2023:1682
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: geen verblijfsvergunning asiel voor eiseres wegens onvoldoende aannemelijkheid vervolgingsgevaar
Eiseres, van Iraakse nationaliteit, diende op 20 november 2021 een asielaanvraag in. Verweerder verleende haar een verblijfsvergunning als minderjarig kind van een toegelaten vreemdeling, maar wees haar zelfstandige aanvraag op grond van het Vluchtelingenverdrag af. Eiseres voerde aan dat zij als alleenstaande en kwetsbare vrouw in Irak vervolgd zou worden vanwege het weigeren van een gedwongen huwelijk.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging heeft. Het beleid van de Vreemdelingencirculaire houdt geen specifieke erkenning in voor de door eiseres genoemde sociale groep van ‘ongehoorzame’ vrouwen. Daarnaast was er geen bewijs dat haar oom daadwerkelijk een uithuwelijking heeft geprobeerd te realiseren of dat zij in het verleden is blootgesteld aan een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank concludeerde dat de vrees voor ernstige schade of vervolging niet aannemelijk is, mede omdat de familie niet op de hoogte is van haar vertrek en zij geen contact meer onderhoudt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar zelfstandige verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard.