ECLI:NL:RBDHA:2023:16746
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen afwijzing opheffing inreisverbod en visumaanvraag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht op 28 april 2023 om opheffing van een aan hem opgelegd inreisverbod en om verlening van een visum kort verblijf om zijn strafzaak in Nederland bij te wonen.
Verweerder wees het verzoek tot opheffing van het inreisverbod aanvankelijk af omdat eiser niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden, waaronder het niet overleggen van alle gevraagde documenten en het onvoldoende aantonen van de noodzaak van zijn aanwezigheid bij de strafzitting. Tijdens de beroepsprocedure trok verweerder het eerste besluit in en gaf aan het verzoek opnieuw te zullen beoordelen, mede op basis van een brief van de strafrechter waarin de aanwezigheid van eiser noodzakelijk werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat het eerste besluit rechtmatig was genomen en dat verweerder terecht niet bevoegd was om te beslissen over de visumaanvraag. Het beroep tegen beide besluiten werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De rechtbank benadrukte dat eiser nog geen visumaanvraag had ingediend en dat verweerder hem had geholpen bij het bespoedigen van die procedure.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het inreisverbod en het niet-beslissen op de visumaanvraag is ongegrond verklaard.