ECLI:NL:RBDHA:2023:16633

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 november 2023
Publicatiedatum
6 november 2023
Zaaknummer
SGR 22/7269
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking beroep wegens tegemoetkoming

Intro Uitzendbureau B.V. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om de Ziektewet-uitkering van een werknemer ongewijzigd te laten omdat hij minder dan 65% van zijn loon kon verdienen. Na bezwaar en beroep heeft het UWV het bestreden besluit herroepen en erkend dat de werknemer meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen. Hierdoor trok verzoekster het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan en geoordeeld dat het UWV aan het beroep tegemoet is gekomen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de door verzoekster gemaakte proceskosten.

De proceskosten zijn vastgesteld op € 1.434,- voor rechtsbijstand, exclusief het griffierecht dat het UWV ook moet vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M. de Vries en griffier Y.A.J. van Egmond op 6 november 2023.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster ten bedrage van € 1.434,-.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Inloopteam bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/7269

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

Intro Uitzendbureau B.V., uit Den Haag, verzoekster

(gemachtigde: mr. J.C. Fritse),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, (hierna: het UWV), verweerder
(gemachtigde: mr. D. Spiering-Kalay).

Procesverloop

Met het besluit van 30 mei 2022 (het primaire besluit) heeft het UWV bepaald dat de Ziektewet-uitkering van de werknemer van verzoekster, de heer [naam], ongewijzigd blijft, omdat hij minder dan 65% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd.
Verzoekster heeft bezwaar ingediend tegen dit besluit.
Met het besluit van 4 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Met het besluit van 13 oktober 2023 heeft het UWV het bestreden besluit herroepen en bepaald dat de werknemer per de datum in geding meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het UWV heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen een veroordeling in de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten..
3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is het UWV tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster.
4. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt het UWV in de door verzoekster gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt de kosten voor rechtsbijstand door een gemachtigde met toepassing van het Bpb vast op € 1.434,- (in beroep 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- bij een wegingsfactor 1, in bezwaar 1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift met een waarde per punt van € 597,- bij een wegingsfactor 1).
5. De rechtbank wijst erop dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 365,- te vergoeden. Verzoekster zal zich hiervoor dan ook tot het UWV moeten richten.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.434,-
Deze uitspraak is gedaan op 6 november 2023 door mr. M. de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. Y.A.J. van Egmond, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is verzonden op
en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.