ECLI:NL:RBDHA:2023:16573
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland onder Dublinverordening ondanks verblijf zoon in Nederland
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende man, verzocht asiel in Nederland met het argument dat hij bij zijn zoon in Nederland wil verblijven. De staatssecretaris nam de aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de asielprocedure. Nederland had een verzoek tot terugname bij Duitsland ingediend, dat door Duitsland was aanvaard.
Eiser betoogde dat het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag onevenredige hardheid zou veroorzaken, mede vanwege het verblijf van zijn zoon in Nederland, en dat verweerder onvoldoende individuele belangenafweging had gemaakt. De rechtbank oordeelde echter dat het verblijf van de zoon geen bijzondere individuele omstandigheid vormt die een uitzondering rechtvaardigt.
De rechtbank benadrukte dat de Dublinverordening gezinshereniging niet als route beoogt, maar waarborgen biedt om gezinsleden zoveel mogelijk bijeen te houden binnen de asielprocedure. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, waarmee de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen.