ECLI:NL:RBDHA:2023:16561
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Dit besluit is aangevochten door verzoeker middels beroep bij de rechtbank.
Tegelijkertijd heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft echter geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer nodig is, aangezien de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.23688).
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.