Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
regio Haaglanden, locatie: Den Haag.
1.Het verdere verloop van de procedure
- mevrouw [naam05] namens de Raad;
- mevrouw [naam06] en mevrouw [naam07] namens de gecertificeerde instelling;
- de advocaat van de moeder.
Rechtbank Den Haag
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een machtiging tot uithuisplaatsing van het kind [naam01] verzocht vanwege ernstige zorgen over de opvoedomgeving bij de moeder. De moeder verblijft in een psychiatrische instelling en is niet in staat om het kind een veilige en gezonde leefomgeving te bieden. Het kind verblijft momenteel in een neutraal pleeggezin waar het zich goed ontwikkelt.
De moeder heeft tijdens de zwangerschap middelen gebruikt en heeft geen eigen woonruimte, wat de zorgen over haar zorgcapaciteit versterkt. De gecertificeerde instelling benadrukt dat de moeder nog onvoldoende psychisch stabiel is en dat terugplaatsing pas kan plaatsvinden wanneer zij voldoende hersteld is en een veilige woonplek heeft. Contact tussen moeder en kind vindt momenteel plaats via begeleid videobellen.
De kinderrechter acht de machtiging noodzakelijk voor de veiligheid, gezondheid en ontwikkeling van het kind en verleent deze voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling tot 4 december 2023. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het verzoek voor een langere periode wordt afgewezen. Er wordt tevens benadrukt dat een goede contactregeling tussen moeder en kind belangrijk blijft, met het streven naar fysieke contactmomenten zodra dit veilig mogelijk is.
Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van het kind in een pleeggezin wordt verleend tot 4 december 2023 wegens onveilige opvoedomgeving bij de moeder.