ECLI:NL:RBDHA:2023:16519
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gezamenlijk gezag over minderjarige, afwijzing wijziging geslachtsnaam
In deze zaak verzochten de moeder en de man gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kind toe te wijzen, terwijl tevens een wijziging van de geslachtsnaam werd gevraagd. De rechtbank handhaafde eerdere overwegingen en besloot het verzoek tot gezamenlijk gezag toe te wijzen, gelet op het feit dat de man een belangrijke verzorgende en opvoedende rol vervult en het belang van het kind daarmee gediend is.
De rechtbank nam het advies van de Raad voor de Kinderbescherming over, die oordeelde dat gezamenlijk gezag niet schadelijk is en dat er geen gegronde vrees bestaat dat de belangen van het kind worden verwaarloosd. Het kind verblijft meerdere dagen per week bij de man en wordt door hem begeleid bij sportactiviteiten en schoolvervoer.
Het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam werd afgewezen. De bijzondere curator en de Raad adviseerden de naam van de moeder te handhaven, omdat het kind te jong is om de gevolgen van een naamswijziging te overzien en het belang van het kind zich tegen wijziging verzet. Het kind heeft aangegeven de achternaam van de biologische vader niet te willen dragen en kan op latere leeftijd zelf een keuze maken.
De rechtbank bepaalde dat de moeder en de man voortaan gezamenlijk het gezag over het kind zullen uitoefenen en dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gezag wordt gezamenlijk toegewezen aan moeder en man, wijziging geslachtsnaam wordt afgewezen.