ECLI:NL:RBDHA:2023:16498
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduring bewaring wegens uitzettingsprocedure naar Marokko
Eiser is sinds 28 januari 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een uitzettingsprocedure naar Marokko. De staatssecretaris heeft de voortduring van de bewaring gemeld en dit is aangemerkt als een beroep tegen deze voortzetting, tevens een verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de bewaring beoordeeld en nu uitsluitend gekeken naar de periode na 11 augustus 2023. Eiser betoogt dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend is omdat niet is onderzocht of een persoonlijke presentatie bij het Marokkaanse consulaat noodzakelijk is voor het verkrijgen van een laissez-passer. Tevens stelt eiser dat er geen reëel zicht op uitzetting is, mede omdat hij niet meewerkt.
De staatssecretaris stelt dat de Marokkaanse autoriteiten zelf bepalen of een presentatie nodig is en dat hij voldoende rappelleert en pogingen doet om de uitzetting te bespoedigen. De rechtbank acht de inspanningen van de staatssecretaris voldoende voortvarend, mede gelet op meerdere rappellen en vertrekgesprekken met eiser. Het feit dat eiser niet meewerkt, leidt ertoe dat de bewaring voortduurt op zijn risico.
De rechtbank concludeert dat de bewaring rechtmatig is voortgezet en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortduring van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.