Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
(gemachtigde: mr. M.C.M.E. Schijvenaars),
Rechtbank Den Haag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 7 november 2021. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft het verzoek om een verweerschrift niet beantwoord. Vervolgens heeft verweerder bij besluit van 19 oktober 2022 de asielaanvraag alsnog ingewilligd.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, maar verweerder heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door de asielaanvraag alsnog te honoreren. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De kosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor licht vanwege de aard van het beroep.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.