ECLI:NL:RBDHA:2023:16373
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter in een procedure over ontruiming wegens geluidsoverlast. Zij stelde dat de kantonrechter zich vooringenomen had getoond door tijdens de zitting vooruit te lopen op een beslissing en door opmerkingen die haar onder druk zouden zetten om af te zien van bewijslevering.
De kantonrechter gaf aan dat hij enkel een kritische en actieve houding aannam om partijen te wijzen op de procesrisico’s en kansen, en dat hij geen vooringenomenheid of partijdigheid vertoonde. Hij benadrukte ook dat zijn opmerkingen over de advocaat niet inhoudelijk waren, maar betrekking hadden op de zakelijke kant van het advocatenberoep.
De wrakingskamer oordeelde dat het tot de taak van een rechter behoort kritisch te zijn en dat dit niet automatisch leidt tot de schijn van partijdigheid. De opmerkingen van de kantonrechter waren bedoeld om partijen te helpen een afgewogen beslissing te nemen over het horen van getuigen. De kamer verwierp het wrakingsverzoek en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die stond bij het indienen van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.