Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
(gemachtigde: mr. D. Aygur),
Rechtbank Den Haag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 24 oktober 2021. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft niet gereageerd op het verzoek om een verweerschrift in te dienen. Op 2 september 2022 is de asielaanvraag alsnog ingewilligd door verweerder.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft verweerder de gelegenheid gegeven om op dit verzoek te reageren, maar verweerder heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door het alsnog inwilligen van de aanvraag. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank verweerder veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank stelt de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor 'licht', aangezien het beroep alleen betrekking had op het niet-tijdig nemen van een besluit.
De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag.