Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
(gemachtigde: mr. J.M. Walls),
Rechtbank Den Haag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 4 januari 2022. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend en heeft bij besluit van 21 september 2022 alsnog de asielaanvraag ingewilligd. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding, maar verweerder heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door het alsnog inwilligen van de asielaanvraag. Daarom wordt het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.