ECLI:NL:RBDHA:2023:16080
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toerekening nabetalingen aan belastbaar inkomen 2020 in belastingaanslag
Eiser was werkzaam bij een werkgever tot medio 2020 en ontving in dat jaar nabetalingen op grond van een vaststellingsovereenkomst. De Belastingdienst rekende deze nabetalingen toe aan het belastbaar inkomen van 2020, wat leidde tot een hogere aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Eiser betwistte deze toerekening en stelde dat de nabetalingen aan voorgaande jaren moesten worden toegerekend, conform een vermeende afspraak met de werkgever.
De rechtbank overwoog dat loon wordt geacht te zijn genoten op het moment van ontvangst of vorderbaarheid en dat de nabetalingen in 2020 zijn betaald en vorderbaar werden. De wettelijke bepalingen zijn dwingendrechtelijk, waardoor een afwijkende afspraak tussen partijen niet mogelijk is. De stelling van eiser werd daarom verworpen.
Daarnaast wees de rechtbank op het feit dat de strikte toepassing van de wet niet kan worden genegeerd vanwege vermeende onredelijke gevolgen, omdat de rechter zich aan de wet moet houden. De aanslag werd daarom terecht en naar het juiste bedrag vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de nabetalingen terecht aan het jaar 2020 zijn toegerekend in de belastingaanslag.