Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
(gemachtigde: mr. H. Yousef),
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 september 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het besluit genomen om de asielaanvraag alsnog te honoreren. Hierdoor heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding, maar verweerder heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft de rechtbank uitspraak gedaan zonder zitting.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door het besluit alsnog te nemen en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor 'licht', aangezien het beroep uitsluitend betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens het alsnog honoreren van de asielaanvraag.