Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
(gemachtigde: mr. H. Yousef),
Rechtbank Den Haag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 september 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris de asielaanvraag alsnog ingewilligd bij besluit van 30 september 2022. Hierdoor heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder de gelegenheid gegeven te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding, maar hiervan is geen gebruik gemaakt. Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft de rechtbank zonder zitting uitspraak gedaan.
De rechtbank overweegt dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, veroordeling in proceskosten mogelijk is op verzoek van de indiener. Gezien de ingewilligde asielaanvraag is verweerder geheel aan het beroep tegemoetgekomen en wordt het verzoek tot vergoeding van proceskosten toegewezen.
De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €837,- en een wegingsfactor van 0,5 (licht), passend bij het beperkte onderwerp van het beroep. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.