ECLI:NL:RBDHA:2023:15982
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd inzake voorlopige voorziening gezinsbandbreuk
Verzoekster, van Egyptische nationaliteit, heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) dat de gezinsband is verbroken. Tegelijkertijd verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om dit besluit te schorsen.
De rechtbank heeft bij uitspraak in de hoofdzaak geoordeeld dat zij zich onbevoegd verklaart omdat het besluit niet kwalificeert als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Gezien deze beoordeling verklaart de voorzieningenrechter zich eveneens onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om een voorlopige voorziening.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.Y.B. Jansen en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.