ECLI:NL:RBDHA:2023:15980
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd bij beroep tegen administratieve uitschrijving uit VBL
Eiseres, van Egyptische nationaliteit, is in 2015 met haar ouders naar Nederland gekomen en heeft een afgewezen asielaanvraag. Na het beëindigen van haar recht op opvang in 2018 verbleef zij met instemming van de DT&V op een VBL-locatie. Zij volgt een Mbo-opleiding en verblijft doordeweeks elders.
Eiseres maakte bezwaar tegen haar administratieve uitschrijving uit de VBL per 20 april 2023, stellende dat dit een besluit is met rechtsgevolgen, waaronder de vermeende verbreking van de gezinsband met haar ouders. Verweerder stelt dat de uitschrijving een administratieve handeling is zonder rechtsgevolgen en dat het DT&V is die het onderdak beëindigt.
De rechtbank oordeelt dat zij niet bevoegd is het beroep te behandelen omdat de administratieve uitschrijving geen besluit is in de zin van de Awb. Het daadwerkelijke besluit tot beëindiging van het buitenwettelijk onderdak ligt bij de DT&V. De rechtbank verwijst eiseres naar een andere procedure bij de DT&V voor behandeling van haar bezwaar.
De rechtbank gaat niet in op de inhoudelijke beroepsgronden en wijst het verzoek om proceskostenvergoedingen af. De uitspraak is gedaan door rechter J.Y.B. Jansen en griffier E.A. Ruiter.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de administratieve uitschrijving uit de VBL.