ECLI:NL:RBDHA:2023:1595

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 februari 2023
Publicatiedatum
14 februari 2023
Zaaknummer
NL22.25226
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen mvv nareis

Verzoeker heeft op 8 december 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis van gezinsleden, ingediend op 20 april 2022. Op 24 januari 2023 heeft de staatssecretaris alsnog een inwilligend besluit genomen en de Nederlandse ambassade in Beiroet gemachtigd de mvv te verstrekken. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en een vergoeding van proceskosten gevorderd.

De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris volledig aan verzoeker tegemoet is gekomen door alsnog een besluit te nemen tijdens de beroepsprocedure. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan in een dergelijk geval de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten. De rechtbank acht het verzoek om vergoeding van proceskosten dan ook gegrond.

De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een puntwaarde van €837 voor het indienen van het beroepschrift en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep (alleen niet tijdig beslissen). De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.

De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en openbaar gemaakt op 8 februari 2023. Verzoeker wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.25226

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M. Grigorjan),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 8 december 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de voor zijn gezinsleden ingediende aanvraag mvv [1] ‘nareis’ van 20 april 2022.
Op 24 januari 2023 heeft verweerder alsnog beslist op de aanvraag. Verweerder heeft op die dag verzoeker bericht dat hij de Nederlandse ambassade in Beiroet heeft gemachtigd om de mvv te verstrekken.
Verzoeker heeft vervolgens het beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb [3] . Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. De rechtbank stelt vast dat verweerder volledig aan verzoeker tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een inwilligend besluit te nemen.
3. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om vergoeding van de proceskosten kennelijk gegrond is.
4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank vast op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van € 837 en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van mening dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.machtiging tot voorlopig verblijf
2.Algemene wet bestuursrecht
3.Besluit proceskosten bestuursrecht