ECLI:NL:RBDHA:2023:15904
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele hoofdzaak, stellende dat de rechter partijdig zou zijn vanwege een gesprek met de wederpartij voorafgaand aan de zitting. De wrakingskamer onderzocht het verzoek op basis van het proces-verbaal, schriftelijke reactie van de rechter en mondelinge behandeling.
Uit het onderzoek bleek dat de advocaat van de wederpartij kort voor binnenkomst van verzoekster een opmerking maakte over een eerdere uitspraak van de rechter, waarop de rechter niet inhoudelijk reageerde maar dit aan verzoekster uitlegde. Er was geen bewijs dat de rechter lacherig was of een gesprek voerde met de wederpartij. De wrakingskamer stelde vast dat de rechter onpartijdig was en dat de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid niet was gewekt.
Ook het bezwaar tegen de volledigheid van het proces-verbaal werd verworpen, aangezien het wrakingsverzoek werd gedaan voordat de zitting begon en het proces-verbaal in samenspraak met partijen was opgesteld. De wrakingskamer wees het verzoek af en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor partijdigheid of de schijn daarvan.