ECLI:NL:RBDHA:2023:1588
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf
De verzoeker had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor zijn gezinsleden. De staatssecretaris diende een verweerschrift in en nam vervolgens alsnog een besluit door de Nederlandse ambassade te Istanbul te machtigen om de mvv aan de gezinsleden te verlenen. Naar aanleiding hiervan trok de verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris aan de verzoekers was tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen tijdens het beroep. De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris bereid was de proceskosten te vergoeden. Tevens constateerde de rechtbank dat zij verzuimd had griffierecht te heffen, maar dit nalaten mocht niet ten nadele van de verzoekers komen.
De rechtbank veroordeelde daarom de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €418,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor 'licht', omdat het beroep alleen zag op het niet tijdig nemen van een besluit. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier A.S. Hamans en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €418,50 wegens niet tijdig beslissen.