ECLI:NL:RBDHA:2023:15875

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 oktober 2023
Publicatiedatum
23 oktober 2023
Zaaknummer
NL23.30104
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 14 Vreemdelingenwet 2000Art. 30b Vreemdelingenwet 2000Art. 64 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens medische gronden geen rechtsgrond

Eiseres, van Tunesische nationaliteit, verzocht op 29 augustus 2023 om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 14 september 2023 af als kennelijk ongegrond. Eiseres stelde dat de stofwisselingsziekte van haar minderjarige zoon een risico vormt bij terugkeer naar Tunesië, omdat adequate medische behandeling daar ontbreekt.

De rechtbank behandelde het beroep op 12 oktober 2023 zonder aanwezigheid van eiseres en haar gemachtigde. De staatssecretaris verscheen wel. De rechtbank beoordeelde dat eiseres de relevante elementen van haar asielrelaas niet betwistte, behalve de medische gronden. De staatssecretaris stelde dat deze medische gronden niet relevant zijn voor de asielaanvraag, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van 2017.

De rechtbank oordeelde dat de medische problemen geen rechtsgrond vormen voor een verblijfsvergunning asiel. De beoordeling van mogelijke schending van artikel 3 EVRM Pro door uitzetting wegens medische toestand hoort thuis in de procedure voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat medische problemen geen rechtsgrond vormen voor asiel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.30104

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [nummer] , eiseres,

mede namens haar minderjarige zoon
(gemachtigde: mr. C.K.E.E. Fischer-Fuhler),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres stelt van Tunesische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] . Zij heeft op 29 augustus 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 14 september 2023 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
De gemachtigde van eiseres heeft de rechtbank laten weten dat zij en eiseres niet op zitting verschijnen en dat de zitting zonder hen door kon gaan. De rechtbank heeft het beroep op 12 oktober 2023 op zitting behandeld. De staatssecretaris is verschenen, alsmede eiseres.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de staatssecretaris de asielaanvraag als kennelijk ongegrond kon afwijzen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
2.1.
Met het bestreden besluit heeft de staatssecretaris ook beslist dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 14 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De staatssecretaris heeft bij bestreden besluit voorlopig uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw verleend voor een periode van maximaal zes maanden: van 14 september 2023 tot 14 maart 2024. Eiseres heeft daartegen geen beroepsgronden aangevoerd. De rechtbank beoordeelt dat daarom niet.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
4. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres meent dat de staatssecretaris onvoldoende heeft onderzocht in hoeverre de stofwisselingsziekte van
haar zoontje maakt dat terugkeer naar Tunesië risico's oplevert op behandeling waartegen artikel 3, van het EVRM bescherming beoogt te bieden. Eiseres stelt dat de aandoening van haar zoontje in Tunesië niet goed kan worden behandeld. Er zijn inmiddels diverse beschadigingen aan de hersenen opgetreden, aldus eiseres.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de staatssecretaris de volgende relevante elementen:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst (geloofwaardig),
2. blootstelling aan zwarte magie en opensnijden tong (niet geloofwaardig)
De staatssecretaris heeft als niet relevant element vermeld:
de medische problemen van de zoon.
6. De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat eiseres in haar beroepsgronden de hiervoor vermelde relevante elementen noch het oordeel van de staatssecretaris daarover betwist. Wat overblijft zijn de medische gronden en daarover stelt de staatssecretaris zich op het standpunt dat die niet relevant zijn voor de asielaanvraag. De staatssecretaris heeft verwezen naar de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 30 juni 2017
,ECLI:NL:RVS:2017:1733.
7. De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris terecht de asielaanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Eiseres heeft de voor de asielaanvraag relevante elementen niet betwist in haar beroepsgronden. De rechtbank is van oordeel dat de wel aangevoerde medische problemen geen rechtsgrond vormen voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel (vgl. de uitspraak van de Afdeling van 30 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1733). Of uitzetting wegens medische toestand leidt tot een schending van artikel 3 van Pro het EVRM komt aan de orde bij de beoordeling van het gevraagde uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw. Hetgeen eiseres ook op zitting aanvoert raakt eveneens alleen de inhoud van de medische beoordeling. Welke gevolgen het betoog van eiseres mogelijk zou kunnen hebben komt in het kader van de artikel 64 Vw Pro-procedure aan de orde. De staatssecretaris hoeft thans niet vooruit te lopen op de mogelijke uitkomst van de artikel 64 Vw Pro-procedure hoeft evenals de rechtbank niet op de uitkomst van de artikel 64 Vw Pro-procedure te wachten.

Conclusie en gevolgen

8. De staatssecretaris heeft de asielaanvraag van eiseres mogen afwijzen. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Tijnagel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.