Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De wrakingsverzoeken
3.De beoordeling
4.De beslissing
- verzoeker;
- de wederpartij in de hoofdzaken (de Nationale ombudsman);
- team bestuursrecht van deze rechtbank.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft in zes bestuursrechtelijke procedures tegen de Nationale ombudsman meerdere wrakingsverzoeken ingediend, die grotendeels dezelfde inhoud hebben. De verzoeken richten zich op vermeende onvoldoende voortvarendheid en zorgvuldigheid in de behandeling van zijn zaken en op procedurele beslissingen onder verantwoordelijkheid van nog niet aangewezen rechters.
De wrakingskamer oordeelt dat wraking alleen mogelijk is bij gegronde aanwijzingen voor rechterlijke partijdigheid, hetgeen hier ontbreekt. Procedurele beslissingen kunnen niet via wraking worden aangevochten, en administratieve vertragingen zeggen niets over partijdigheid. Verzoeker heeft onvoldoende gemotiveerd waarom er sprake zou zijn van een schijn van partijdigheid.
De wrakingskamer concludeert dat de verzoeken kennelijk ongegrond zijn en dat verzoeker het wrakingsmiddel misbruikt om de procedure te frustreren. Daarom wordt een wrakingsverbod ingesteld voor toekomstige verzoeken in deze zaken. De behandeling van de procedures wordt voortgezet in de huidige stand.
Uitkomst: Alle wrakingsverzoeken worden afgewezen en een wrakingsverbod wordt ingesteld wegens misbruik van het wrakingsmiddel.