ECLI:NL:RBDHA:2023:15742
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ingediend op 8 juli 2022. De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat partijen daarmee instemden en het onderzoek is gesloten zonder zitting.
De kern van het geschil betreft de vraag of het beroep ontvankelijk is, nu verweerder niet binnen de oorspronkelijke termijn had beslist. Sinds 27 september 2022 is echter een besluit van kracht dat de beslistermijn voor asielaanvragen die nog niet verstreken waren op die datum met negen maanden verlengt. Dit besluit is ook van toepassing op de aanvraag van eiser.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling die eiser indiende prematuur was, omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken op het moment van de ingebrekestelling. Hierdoor voldoet eiser niet aan de voorwaarden voor het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling door verlengde beslistermijn.