ECLI:NL:RBDHA:2023:15740
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens kennelijke ongegrondheid
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 14 augustus 2023 het asielverzoek van de eiseres in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft eiseres beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, locatie Middelburg.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Op dezelfde dag is in een andere procedure (zaaknummer NL23.23309) uitspraak gedaan op het beroep van eiseres, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.