ECLI:NL:RBDHA:2023:15735

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 augustus 2023
Publicatiedatum
19 oktober 2023
Zaaknummer
C-09-649870-HA ZA 23-573
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • C.J-A. Seinen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 230 lid 2 RvArt. 6:96 lid 2 sub b BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis overheidsprivaatrechtelijke vordering tegen de politie wegens schadevergoeding

Overlastregistratie Nederland B.V. heeft een civiele procedure aangespannen tegen de politie, waarbij zij een schadevergoeding vorderde wegens additionele inspanningen en communicatiekosten. De politie is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De rechtbank heeft de gevorderde schadevergoeding van € 75.000 voor additionele inspanningen afgewezen vanwege onvoldoende specificatie en onduidelijkheid over de redelijkheid van de kosten. Ook de kosten voor de communicatie-adviseur zijn afgewezen omdat deze niet aantoonbaar zijn gemaakt ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid.

De overige gevorderde bedragen, waaronder een schadevergoeding van ruim € 4 miljoen en incassokosten, zijn toegewezen. De politie is veroordeeld tot betaling van deze bedragen, inclusief wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de politie tot betaling van ruim € 4 miljoen schadevergoeding, incassokosten en proceskosten, met afwijzing van niet-gespecificeerde kosten.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/649870/HA ZA 23-573
Vonnis van 30 augustus 2023
in de zaak van
OVERLASTREGISTRATIE NEDERLAND B.V.te Den Haag,
eiseres,
advocaat mr. E.F. van Hasselt te Amsterdam,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon: Rechtspersoon met Wettelijke Taak (RWT)
POLITIE(het Landelijk Politiekorps/de Nationale Politie) te Den Haag,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 27 juni 2023, tegen de eerste rolzitting van 5 juli 2023, met producties 1 tot en met 15;
  • het ter rolzitting van 5 juli 2023 tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Voor de ingestelde vorderingen en de daartoe gestelde feiten verwijst de rechtbank, gelet op artikel 230 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kortheidshalve naar de aan dit verstekvonnis gehechte en gewaarmerkte kopie van de dagvaarding.
2.2.
De gevorderde schadevergoeding van kosten voor additionele inspanningen van [Naam], bestuurder van eiseres, ad € 75.000,- (1000 uur x € 75,-) zal de rechtbank afwijzen omdat deze kosten niet zijn gespecificeerd. Of deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt, zoals op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro is vereist om voor vergoeding in aanmerking te komen, kan de rechtbank daardoor niet vaststellen.
De gevorderde vergoeding van de kosten van de communicatie-adviseur zal eveneens worden afgewezen. Eiseres stelt dat deze kosten zijn gemaakt ten behoeve van persuitingen in het geschil met de politie. Dat deze post redelijke kosten betreft die zijn gemaakt ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid blijkt daaruit niet.
2.3.
Het gevorderde komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarom zal het gevorderde worden toegewezen, op de wijze zoals in het dictum vermeld.
2.4.
Gedaagde zal, als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van eiseres worden tot op heden begroot op:
- dagvaarding € 106,73
- griffierecht € 8.519
- salaris advocaat
€ 4.247(1 punt × tarief VIII à € 4.247 )
totaal € 12.872,73
De over de proceskosten gevorderde rente zal worden toegewezen op de wijze zoals in het dictum vermeld.
2.5.
Onder de proceskosten vallen ook de nakosten. Deze worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel (€ 173). In geval van betekening worden een extra bedrag aan salaris (€ 90) en de explootkosten van betekening toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
veroordeelt gedaagde tot betaling van € 4.032.267,50 aan eiseres, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
3.2.
veroordeelt gedaagde tot betaling van € 6.775,- aan eiseres ter zake van buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
3.3.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 12.872,73, en op de onder 2.5 bedoelde nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen te rekenen vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening van de proceskosten;
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J-A. Seinen en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2023.
Type: 3150