ECLI:NL:RBDHA:2023:1567
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen beëindiging Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende beperkingen
Eiser was laatstelijk werkzaam als lasser met een gemiddeld aantal uren van 38,08 per week en ontving een Ziektewet-uitkering na het einde van zijn dienstverband. Verweerder beëindigde de uitkering omdat eiser meer dan 65% van zijn loon kon verdienen, gebaseerd op medische en arbeidsdeskundige rapporten.
Eiser voerde aan dat er meer beperkingen waren dan erkend, waaronder klachten aan de linkerarm, rugklachten en druk op de borst, en dat de geduide functies niet geschikt waren. Ook stelde hij dat het maatmaninkomen onjuist was berekend omdat periodes met minder dan 38 uur per week ten onrechte waren meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig en begrijpelijk waren en dat eiser onvoldoende stukken had overgelegd om meer beperkingen aan te tonen. De arbeidsdeskundige had gemotiveerd waarom de functies passend waren, ook ten aanzien van knijp- en grijpkracht. Het maatmaninkomen was terecht berekend inclusief periodes met wisselende uren, passend bij het uitzendkrachtpatroon van eiser.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het primaire en bestreden besluit had genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het beëindigen van zijn Ziektewet-uitkering is ongegrond verklaard.