ECLI:NL:RBDHA:2023:15457
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoekster, van Nigeriaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 24 augustus 2023 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 21 september 2023 behandeld. Kort daarna is het onderzoek gesloten. Op dezelfde dag als deze uitspraak heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep (zaaknummer NL23.25669), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk werd geacht.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.