ECLI:NL:RBDHA:2023:15429
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoekers, een vreemdeling en hun minderjarige kind, hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvragen op 12 september 2023 afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen hebben verzoekers beroep ingesteld en tevens gevraagd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken om voorlopige voorziening op 6 oktober 2023 behandeld, samen met gerelateerde zaken. Verzoekers zijn verschenen met hun gemachtigde, en de staatssecretaris was vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien de uitspraak op de hoofdberoepen in de gerelateerde zaken, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst de verzoeken af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdberoepen zijn behandeld.