ECLI:NL:RBDHA:2023:15369

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 oktober 2023
Publicatiedatum
12 oktober 2023
Zaaknummer
NL23.13376
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Vreemdelingenwet 2000Vreemdelingencirculaire 2000Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 5 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2519
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen besluit over toerekenbare termijnoverschrijding bij verlenging verblijfsvergunning

In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of een overschrijding van de termijn voor het indienen van een verlengingsaanvraag van een verblijfsvergunning toerekenbaar is aan de eisers. Het bestreden besluit van 7 april 2023 verklaarde het bezwaar van eisers tegen het ontstaan van een onderbreking in hun verblijfsrecht kennelijk ongegrond. Eisers stelden beroep in tegen dit besluit.

De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding van 37 dagen, waarvan 9 dagen te laat ingediend, toerekenbaar is aan eisers. Dit volgt uit de Vreemdelingenwet en de Vreemdelingencirculaire, waarin een termijnoverschrijding van meer dan vier weken niet wordt geaccepteerd als niet-toerekenbaar. Ondanks een herinneringsbrief en een telefoongesprek waarin werd bevestigd dat schriftelijke indiening mogelijk was, heeft eisers nagelaten tijdig hulp in te roepen.

De rechtbank beoordeelde ook of het besluit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel. Gezien de mogelijkheid om na afloop van de termijn alsnog naturalisatie aan te vragen, is het toerekenen van de termijnoverschrijding niet onredelijk. De jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd gevolgd. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toerekening van de te late aanvraag verlenging verblijfsvergunning is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.13376 en NL23.13378
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[naam 2] en [nummer 1], eisers

V-nummer: [nummer 1] en [nummer 2]
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigden: mr. R.A.J. van de Kamp en mr. K. Kanters).

Procesverloop

In het besluit van 7 april 2023 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen het ontstaan van een onderbreking in hun verblijfsrecht kennelijk ongegrond verklaard.
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 4 oktober 2023 op zitting behandeld in Breda. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. Kanters.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Uit artikel 26, eerste lid, van de Vw [1] volgt dat de verblijfsvergunning wordt verleend met ingang van de dag waarop de vreemdeling heeft aangetoond aan alle voorwaarden te voldoen, maar niet eerder dan met ingang van de dag waarop de aanvraag is ontvangen. Uit het derde lid volgt dat als de verlenging niet tijdig is ingediend en hem dit niet is toe te rekenen, de vergunning toch kan worden verleend vanaf het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning is afgelopen.
2. Volgens paragraaf B1/6.1 van de Vc [2] wordt termijnoverschrijding niet toegerekend wanneer deze niet meer vier weken beloopt. Hier gaat het om een termijnoverschrijding van meer dan vier weken, namelijk 37 dagen. De aanvraag is dus negen dagen te laat ingediend. Dit is toerekenbaar. Er is een herinneringsbrief verstuurd aan eisers en de rechtbank stelt vast dat er een telefoongesprek met eiseres heeft plaatsgevonden over de vraag of het mogelijk is om de aanvraag schriftelijk in te dienen. Uit de gespreksnotitie die verweerder ter zitting heeft weergegeven blijkt dat is geantwoord dat het inderdaad mogelijk is om de aanvraag schriftelijk in te dienen. Als er dan toch nog verwarring heerst, ligt het op de weg van eisers om tijdig hulp in te roepen van anderen, en dat is niet gebeurd. Dit is toerekenbaar aan eisers.
3. Vervolgens is de vraag of van het beleid had moeten worden afgeweken en of het besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Hoewel het nu langer gaat duren om naturalisatie aan te vragen, loopt daar nu weer een termijn voor en na die termijn kan alsnog naturalisatie worden aangevraagd. Gelet daarop is het toerekenen van de termijnoverschrijding niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel en verweerder had niet van het beleid hoeven afwijken. Het artikel in A&MR [3] leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank gaat uit van de jurisprudentie zoals aangehaald door verweerder in zijn verweerschrift. [4] De rechtbank ziet geen aanleiding om van deze jurisprudentie af te wijken.
4. Het beroep is ongegrond. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 oktober 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Vreemdelingencirculaire 2000.
3.Asiel & Migrantenrecht.
4.Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2519.