Uitspraak
v-nummers: [nummer 1], [nummer 2] en [nummer 3]
Rechtbank Den Haag
Eisers, ouders en minderjarige zus van de referent, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij de referent in Nederland te wonen. De staatssecretaris wees de aanvraag af, zowel in het primaire besluit als in het bestreden besluit na bezwaar. Eisers stelden dat zij een beroep konden doen op artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op gezinsleven beschermt.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht heeft overwogen dat er geen sprake is van een beschermwaardig gezinsleven. Referent wordt gezien als een meerderjarige die een zelfstandig gezin heeft gevormd en in eigen onderhoud voorziet, waardoor het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing is. Tevens is er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen referent en zijn ouders.
De belangenafweging van de staatssecretaris, waarbij het Nederlandse migratiebeleid en economische belangen zwaarder wegen dan het belang van eisers, is volgens de rechtbank evenwichtig en zorgvuldig gemaakt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf is ongegrond verklaard.