De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, [naam01] en [naam02], wegens aanhoudende ontwikkelingsbedreiging en onrust in de omgang met de vader.
De moeder en vader zijn belast met het ouderlijk gezag over de kinderen, die bij de moeder wonen. De omgang met de vader verloopt momenteel begeleid via het WilmaHuis en wordt stapsgewijs uitgebreid. De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek met zorgen over de bereidwilligheid van de moeder en het belang van stabiliteit in de omgang en hulpverlening.
De moeder voert verweer en stelt dat zij meewerkt aan hulpverlening en het contact met de vader ondersteunt. De vader stemt schriftelijk in met de verlenging, maar uit zorgen over de medewerking van de moeder.
De kinderrechter overweegt dat ondanks het verleden met stopgezette omgang, de huidige situatie positief is met actieve betrokkenheid van de ouders en hulpverleners. Door het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer is er veel direct contact geweest tussen moeder en hulpverlening, wat goed verliep. De kinderrechter vertrouwt erop dat de hulpverlening binnen het vrijwillig kader kan worden voortgezet en dat de ontwikkelingsbedreiging kan worden weggenomen zonder verlenging van de ondertoezichtstelling.
Daarom wijst de kinderrechter het verzoek tot verlenging af en benadrukt dat ouders voldoende zullen meewerken aan de hulpverlening.