ECLI:NL:RBDHA:2023:15179
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoekster is op 26 oktober 2022 in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat deze niet tijdig had beslist op haar aanvraag. Op 10 maart 2023 heeft de verweerder alsnog een beslissing genomen. Hierna heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslissing te laat is genomen en dat verzoekster recht heeft op een vergoeding van proceskosten. Verweerder heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek tot vergoeding. Omdat verzoekster een professionele juridische hulpverlener inschakelde, is het vaste bedrag volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht van toepassing.
Gezien het feit dat de zaak enkel ging over de overschrijding van de beslistermijn, is een wegingsfactor van 0,5 toegepast. Er zijn geen overige kosten vastgesteld die vergoed kunnen worden. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van €418,50 aan verzoekster.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.