ECLI:NL:RBDHA:2023:15152

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 april 2023
Publicatiedatum
9 oktober 2023
Zaaknummer
NL22.17555
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke zaak

Verzoekster is op 5 september 2022 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op haar aanvraag. Op 30 januari 2023 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen, waarna verzoekster het beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde.

De rechtbank oordeelt dat verweerder de proceskosten moet vergoeden omdat de beslissing pas na het instellen van beroep is genomen. Omdat verzoekster een professionele juridische hulpverlener inschakelde, wordt een vast bedrag toegekend, maar met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van de zaak.

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van €418,50 aan proceskosten en tevens tot vergoeding van het griffierecht dat verzoekster heeft betaald. De uitspraak is gedaan zonder zitting, conform artikel 8:54 Awb Pro.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht wegens overschrijding van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht zaaknummer: NL22.17555
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verzoekster is op 5 september 2022 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag. Op 30 januari 2023 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op de aanvraag. Verzoekster heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten te betalen.
5. Omdat verweerder pas nadat verzoeker in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag omdat verzoekster een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen.
6. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,5).
7. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoekster betalen (artikel 8:41 van Pro de Awb).

Beslissing

De rechtbank:
  • veroordeelt verweerder tot betaling van € 418,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster;
  • bepaalt dat verweerder het griffierecht dat verzoekster heeft betaald moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van O.G. Hulsman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
26 april 2023

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.