Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam], verzoekster, V-nummer: [Nummer]
[Naam 2]en
[Naam 3]
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 8 december 2022 besloten deze aanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 2 februari 2023 behandeld, samen met meerdere vergelijkbare zaken. Verzoekster is verschenen met haar gemachtigde en een tolk. De gemachtigde van de staatssecretaris was eveneens aanwezig.
De rechtbank heeft bij uitspraak in een gerelateerde zaak het beroep ongegrond verklaard. Op grond daarvan wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is afgewezen.