ECLI:NL:RBDHA:2023:15125

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 september 2023
Publicatiedatum
9 oktober 2023
Zaaknummer
NL23.16764 en NL23.16765
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen weigering uitstel van vertrek wegens medische behandeling in land van herkomst

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris had dit verzoek afgewezen omdat de benodigde medische behandeling in Nigeria beschikbaar is en eiseres in staat is om onder begeleiding te reizen.

De rechtbank heeft het verzoek om griffierechtvrijstelling toegewezen wegens betalingsonmacht. Het Bureau Medische Advisering (BMA) bracht advies uit waarin werd geconcludeerd dat bij uitblijven van behandeling een medische noodsituatie op korte termijn te verwachten is, maar dat de benodigde behandeling in Nigeria aanwezig is. Eiseres voerde aan dat zij meer gespecialiseerde zorg nodig heeft dan medicatie, maar het psychiaterrapport waarop zij zich baseerde was verouderd en recente gegevens tonen dat zij alleen medicatie gebruikt.

De rechtbank oordeelt dat het BMA-advies terecht is gevolgd en dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat de GGZ-behandeling noodzakelijk is en niet beschikbaar in Nigeria. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.16764 en NL23.16765
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiseres], V-nummer: [V-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. B. Snoeij), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: mr. S. Kowsari).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (de staatssecretaris) heeft deze aanvraag met het besluit van 16 september 2021 afgewezen. Met het bestreden besluit van 7 juni 2023 op het bezwaar van eiseres is de staatssecretaris bij de afwijzing gebleven.
De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 19 september 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Beoordeling door de rechtbank

Vrijstelling griffierecht
1. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van de verplichting tot betaling van het griffierecht wegens betalingsonmacht. Ter onderbouwing heeft eiseres een eigen verklaring omtrent de afwezigheid van inkomen en vermogen overgelegd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van eiseres moet worden toegewezen. Eiseres hoeft dus geen griffierecht te betalen.
Standpunten van partijen
2. Naar aanleiding van de aanvraag van eiseres heeft de staatssecretaris advies gevraagd aan het Bureau Medische Advisering (BMA). Het BMA heeft op 2 juni 2021 en 6 september 2022 advies uitgebracht. Samengevat is in deze adviezen aangegeven dat bij het uitblijven van de medische behandeling een medische noodsituatie op korte termijn valt te verwachten. De benodigde medische behandeling is in Nigeria aanwezig. Eiseres is in staat om te reizen als de fysieke overdracht aan een huisarts is geregeld.
3. Eiseres voert aan dat de staatssecretaris ten onrechte het door haar ingebrachte rapport van psychiater [psychiater] niet in zijn beoordeling heeft betrokken. Hierin staat dat eiseres méér nodig heeft dan een behandeling met medicatie voor haar schizofrenie. Zij heeft een FACT-behandeling nodig en een levenslang begeleid-wonen-concept. Deze zorg is in Nigeria niet aanwezig.
4. De rechtbank stelt echter vast dat het rapport van psychiater [psychiater] dateert van 6 januari 2016 en dus meer dan zeven jaar oud is. Uit recentere informatie van de huisarts(en) van eiseres, waarop de BMA-adviezen zijn gebaseerd, blijkt dat eiseres voor haar psychische problemen niet onder actieve behandeling staat, anders dan met medicatie
die de huisarts voorschrijft. Criterium voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vw is of bij het uitblijven van (de thans gegeven of binnenkort te starten) behandeling een medische noodsituatie op korte termijn zal ontstaan. Omdat eiseres niet onder behandeling staat en er ook geen aanwijzingen zijn dat er binnenkort een behandeling zal starten, betekent dit dat het BMA zich terecht heeft beperkt tot de vraag of de medicatie die eiseres nodig heeft, beschikbaar is in Nigeria. Het BMA heeft geconcludeerd dat dat het geval is en eiseres heeft dat niet bestreden. De stelling van eiseres dat behandeling door de GGZ wel noodzakelijk is, maar dat zij ten onrechte niet wordt doorverwezen, kan niet leiden tot het oordeel dat de staatssecretaris niet heeft mogen uitgaan van de juistheid van het BMA-advies. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
27 september 2023

Documentcode: [documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak in de beroepszaak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.