ECLI:NL:RBDHA:2023:15090
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen terugkeerbesluit met inreisverbod en relatie met Nederlandse burger
Eiser, een Algerijnse nationaliteithebbende vreemdeling, kreeg op 24 april 2023 een terugkeerbesluit met een inreisverbod van twee jaar opgelegd, waarbij aanvankelijk Libië als land van terugkeer werd genoemd. Na twijfel over zijn nationaliteit en geboorteland, en het niet bevestigen door Libische autoriteiten, werd op 5 juni 2023 een aanvullend terugkeerbesluit genomen waarin Marokko en Algerije als landen van terugkeer werden genoemd.
Eiser voerde aan dat het land van herkomst onjuist was vastgesteld en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn relatie met een Nederlandse burger. De rechtbank oordeelde dat het gecombineerde terugkeerbesluit voldoet aan de wettelijke eisen, mede omdat meerdere landen van terugkeer kunnen worden genoemd zonder definitieve vaststelling van nationaliteit of herkomst.
Daarnaast werd geoordeeld dat de relatie met een Nederlandse burger geen reden is om het inreisverbod op te heffen, aangezien dit een sanctie is voor illegaal verblijf en er altijd een verzoek tot opheffing kan worden ingediend als aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning wordt voldaan.
Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit met inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft van kracht.