ECLI:NL:RBDHA:2023:15082
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 6 mei 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit het Eurodac-systeem bleek dat eiser eerder in Duitsland een asielaanvraag had gedaan. Nederland heeft daarop een terugnameverzoek bij Duitsland ingediend, dat werd geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat hij in Duitsland niet voldoende bescherming zou krijgen tegen extreemrechts geweld en discriminatie, en dat hij inhumaan behandeld was. Ook wilde hij dicht bij zijn familie in Nederland blijven. De rechtbank oordeelde dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mocht aannemen dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt en passende zorg en opvang biedt.
De rechtbank vond onvoldoende bewijs dat eiser een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het Handvest of artikel 3 EVRM Pro in Duitsland. Ook waren de individuele omstandigheden van eiser, zoals zijn familiebanden, niet zwaarwegend genoeg om Nederland te verplichten zijn aanvraag toch in behandeling te nemen.
De voorlopige voorziening om overdracht te verbieden werd daarom afgewezen en het beroep ongegrond verklaard. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 14 september 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de voorlopige voorziening afgewezen.