ECLI:NL:RBDHA:2023:1506
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken vluchtelingschap en reëel risico op ernstige schade
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in nadat hij beschuldigd werd van verkrachting en mishandeld door dorpelingen. Hij vreesde voor zijn veiligheid en gevangenisstraf in Gambia. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de criteria van het Vluchtelingenverdrag en geen reëel risico op ernstige schade kon aantonen.
De rechtbank oordeelde dat de geloofwaardige elementen van het relaas niet leiden tot vluchtelingschap, mede omdat eiser niet aannemelijk maakte dat zijn etniciteit een rol speelde bij de beschuldiging. Ook was niet gebleken dat hij bescherming van de autoriteiten had gezocht of dat dit zinloos zou zijn.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder terecht de aangifte tegen eiser niet als zelfstandig element heeft meegewogen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.